In het ziekenhuis [1]

In totaal ben ik zes dagen opgenomen geweest in het ziekenhuis. In die zes dagen leerde ik onder andere de betekenis van de woorden geduld en acceptatie, heb ik nog nooit zoveel vreemde gezichten gezien, kon het me absoluut niet boeien dat mijn haar niet zat, sliep ik met oordoppen in, en rook de meest vreemde geurtjes ooit!

Deel 1: De eerste nacht en Hein van de Pijn

Zoals ik al aangaf in mijn eerste blog: dit was mijn eerste ziekenhuisopname ooit. Ik moest niet alleen wennen aan het frame, maar ook aan de nieuwe en vreemde ziekenhuisomgeving. Mijn eerste nacht was al een hele beleving! Stipt om tien uur ’s avonds gaan de grote lichten op de kamers uit, en eigenlijk ben je dan zo moe dat je sowieso wel in slaap valt. Maar omdat het je eerste nacht is, schiet je ook vaak genoeg wakker. De eerste keer kwam dit door mijn rechterbuurman die een bepaalde actie uithaalde waar je als meisje geen getuige van wilt zijn *laat.ik.maar.geen.details.geven.maar.nooit.meer.deel.ik.een.kamer.met.mannen*. De tweede keer omdat er ineens een thermometer in mijn oor werd gestoken, en mijn bloeddruk opgemeten moest worden. En vervolgens schok ik me wild toen mijn infuus ineens luid begon te piepen omdat de  zak met medicatie verwisseld moest worden. In ieder geval dien je er, op de eerstgenoemde actie van de buurman na, rekening mee te houden dat je nachten in het ziekenhuis niet ononderbroken zijn. Gelukkig heb je de eerste dagen een katheter, dat scheelt weer nachtelijke tripjes naar het toilet.

’s Ochtends gaan alle lichten stipt om acht uur weer aan en breekt het meest hectische moment van de dag aan. Alles loopt door elkaar: wassen/douchen, ontbijten, de ronde van de zaalarts en artsen in opleiding, en de ronde van de anesthesie. De zaalarts vraagt overigens alleen maar hoe het met je gaat, en de arts assistenten kijken alleen maar een beetje toe. Nee, naar wie je ’s ochtends écht uitkijkt (als je pijn hebt) is ‘Hein van de pijn’. Zo stelde één van de anesthesisten zich een keer aan mij voor tijdens de ochtendronde.  De anesthesist gaat over je pijnmedicatie. En als de pijn te erg is, dan kan hij/zij beslissen dat je een morfinepomp krijgt. Met deze pomp, aangesloten op je infuus, kun je jezelf morfine toedienen (let wel: dit is niet ongelimiteerd, je kunt jezelf dus niet helemaal ‘onderpompen’). Helaas had de morfine op mij geen enkel effect. Op een gegeven moment vond ik het zelfs een beetje te gek worden hoeveel medicatie mij toegediend werd. Zo had ik het blok dat nog steeds in mijn lies zat, het infuus in mijn linkerarm en een morfinepomp om mijn nek hangen. Over het algemeen wordt je pijn ook veroorzaakt door een verkeerde houding van je been, en daar helpt geen enkele pijnstiller tegen.

Tip: leg NOOIT een kussen onder het frame waardoor je been in een knik komt te liggen, dit veroorzaakt fikse spierpijn. Het beste is als je been gestrekt omhoog ligt (met je knie iets hoger dan je heup, en je enkel iets hoger dan je knie). Dit zorgt ervoor dat je spieren opgerekt blijven en er geen vocht in je been op kan hopen. Leg daarvoor een kussen (of meer) onder de ring bij je enkel. Ik plaatste ook een opgerolde handdoek onder mijn enkel zodat deze niet bleef bungelen in de lucht. En ’s nacht moet je niet te hard voor jezelf zijn, vul dan gewoon de holte in je knie op met een opgerolde handdoek of een dun kussen.

.

VOLG JE MIJ AL OP
TWITTER | INSTAGRAM | BLOGLOVIN | PINTEREST

.

Posted on: 9 mei 2012, by : Liselore

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *