Hoe te overleven in een studentenkamer

Eindelijk was ik weer terug op mijn eigen plekje. Mijn eigen bed, mijn eigen spulletjes… mijn eigen kat. Maar ik moest nu ook mijn eigen kopjes thee zetten en mijn was werd niet meer voor me gedaan. Daar sta je dan met een volle wasmand bovenaan de trap, en geen hand vrij om deze naar beneden te dragen.

Natuurlijk kon ik één keer per week mijn was op laten halen door mijn ouders en schoon, gestreken en gevouwen terug laten brengen, maar dat vond ik maar niets. In plaats daarvan rekende ik op de hulp van mijn huisgenoten, maar die waren ook niet altijd thuis, of ik wilde niet weer vragen om hun hulp. Op zulke momenten vloog er altijd een grote en dichtgeknoopte plastic tas met was door het trappenhuis en stommelde ik er met mijn twee loopkrukken achteraan. Goed, de meest ingenieuze oplossing was het niet, maar het werkte, om de was naar beneden te krijgen. Naar boven lukte me niet, daarvoor liet ik altijd een briefje achter voor degene die het eerste langs de wasmachine liep en mijn was naar boven kon brengen.

Ik zorgde er ook altijd voor dat alles onder handbereik lag, of dat ik er binnen drie ‘figuurlijke’ stappen bij kon komen. Zo lagen mijn medicijnen en een flesje water op een tafeltje naast de bank en mijn bed. En als ik een kopje thee zette, kon ik deze van het aanrecht op mijn eettafel zetten, die tegen de bank aan stond geschoven, zodat ik het kopje van daaruit weer op een klein tafeltje aan de andere kant van de bank kon zetten. Je moet toch iets? Ik had ook een ander tafeltje waar mijn laptop op stond en waar wieltjes onder waren gezet. Dan kon het tafeltje makkelijker wegschuiven zodra ik op moest staan. Vergis je er namelijk niet in hoeveel ruimte je nodig hebt met zo’n frame aan je been.

Wie niet ‘sterk’ is, moet (nog) slim(mer) wezen! Ook als het gaat om het je zo comfortabel mogelijk te maken. Pijn is niet te vermijden en de slapeloze nachten zullen op een gegeven moment regel, in plaats van uitzondering, worden. Maar dan kun je er wel naar streven om er zo gemakkelijk mogelijk bij te zitten (overdag) en liggen (’s nachts). Mijn bank, waar ik overdag op zat, lag onder de kussens om overal waar ik maar een beetje steun kon gebruiken, deze ook te creëren. En mijn bed was helemaal een uitdaging. Overdag heb je nog een bepaalde mate van afleiding, ’s nachts is die er niet en kun je je op de één of andere manier alleen maar concentreren op de pijn van je been en het onvermogen te liggen zoals je zou willen.

Ik ben een zij-slaper, met het dekbed over mijn hoofd en mijn knieën opgetrokken tegen mijn buik. En ineens moest ik met het frame gedwongen op mijn rug liggen. Aan het voeteneind had ik een kussen onder het matras liggen, en nog eens een kussen erboven waar mijn voet op lag. Onder mijn enkel lag een opgerolde handdoek, en onder mijn knieholte lag ook weer een kussen (ook al mag dat niet, ik deed het toch). Onder mijn hoofd lagen twee kussens (je hoofd mag niet te laag liggen als je been omhoog ligt (dit veroorzaakt hoofdpijn)). Mijn voet pakte ik rondom in met een dekentje, het gewicht van het dekbed op mijn tenen veroorzaakte ook pijn, en vanaf mijn enkel lag het dekbed tot aan mijn kin. Het was winter, en ik kreeg behoorlijk koude oren doordat ik er geen dekbed overheen kon trekken. Daarom sliep ik ’s nacht met een muts over mijn oren getrokken. Ja inderdaad! Een muts. Een roze.

.

VOLG JE MIJ AL OP
TWITTER | INSTAGRAM | BLOGLOVIN | PINTEREST

.

Posted on: 28 juli 2012, by : Liselore

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *