Baas boven baas

Met een ilizarov-frame leef je maar voor één dag in de week: dinsdag. Dinsdag is de dag, D-Day, zelfs de kerstdagen kunnen er niet tegenop. Dinsdag houdt dr. van Roermund ilizarov-spreekuur. Oh, die goddelijke dinsdaggggggggg! Dinsdag als je je weer mag melden bij de röntgenafdeling, de polikliniek en vaak ook bij de gipskamer. Want blijkt uit de röntgenfoto of het been al in de juiste stand staat, de breuk al dicht is, mogen de klikkers van het frame af, mag er ook wat ijzerdraad vanaf, de breuk 2 millimeter op elkaar drukken, welke moersleutel gebruik je daarvoor? 

En dan het grote ‘vergelijk-je-frame-met-het-frame-van-een-ander’ in de wachtruimtes. Het begint al bij de röntgenafdeling waar je om je heen kijkt of je andere mensen kunt ontdekken met een frame. Maar meestal is het nog vroeg en moet je nog wakker worden. Daarom blijft het bij de röntgenafdeling over het algemeen bij ‘observeren’. Tegen de tijd dat je in de wachtkamer van de polikliniek zit ben je al wat spraakzamer. ‘Waarom heb jij een frame?’ was één van mijn ongegeneerde vragen die ik zonder blikken of blozen stelde aan de eerste de beste die ik spotte met een frame. Is de aanhang in de vorm van familie en vrienden nog wat terughoudender, ‘wij’ met het frame zijn dat stadium al lang en breed voorbij. Tot in details worden er weetjes over ontstekingen, bloed, pennen weer op spanning zetten, aandraaien en wat nog meer, uitgewisseld alsof het gaat om het weer.

En dan heb je natuurlijk ook de ‘baas-boven-baas’ verhalen. ‘Ik hoef maar 4 weken het frame omdat mijn enkel is verbrijzeld.’ ‘Ik heb al acht maanden een frame om te verlengen.’ ‘Ik heb vertraging want de breuk wilt niet dichtgroeien.’ ‘Ik moet nog heel lang een frame want ik heb een verlenging in mijn bovenbeen en onderbeen.‘ Uh, jij wint! En dan wordt er weer vrolijk verder gebabbeld en geklaagd over hoe je het beste kunt liggen in bed en op de bank, slaaptekort, pijnstillers, loopkrukken, fysiotherapie en taxi’s (die nooit op tijd zijn). Het is altijd ontzettend gezellig in de wachtkamers. Automatisch ga je met elkaar meeleven en elkaar een hart onder de riem steken als het minder gaat.

Er was echter één ding waar ik niet zo goed mee om kon gaan: ‘gezeik’. Natuurlijk heb je allemaal je dieptepunten, maar ik kwam zelden iemand tegen die echt heel negatief/depressief was. Kwam ik wel zo iemand tegen, dan viel het me op dat met name jongens een sport van ‘zeiken’ wisten te maken. Ik kan me nog één jongen herinneren die mijn frame had gezien, een week voordat hij een soortgelijke kreeg. Hij kreeg vrijwel meteen een infectie, een geklapte enkel en die mentaliteit van hem! Er leek continue een donderwolk boven zijn hoofd te hangen. Met zo’n mentaliteit maak je je leven behoorlijk zuur, en dan mag je nog wel wat maanden. Ik ben ervan overtuigd dat je met een negatieve instelling jezelf ook fysiek tegen kan werken, het is maar wat je jezelf aan wilt doen…

Ach, je maakte nog eens wat mee op een dinsdag!

.

VOLG JE MIJ AL OP
TWITTER | INSTAGRAM | BLOGLOVIN | PINTEREST

.

Posted on: 30 september 2012, by : Liselore

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *